www.f1-planet.com - Special: The Spy Who Loved Me

 

THE SPY WHO LOVED ME 

 

 

 

Het had een groot feest moeten worden: Ferrari's afreizen naar Silverstone markeerde het zestig jarige bestaan van de Scuderia, maar in plaats van festiviteiten werd het team ongewild het middelpunt in het schandaal dat nu al de grootste spionagezaak uit de geschiedenis van de autosport genoemd mag worden. 

Hooggeplaatste functionarissen van zowel McLaren als Ferrari waren nauw betrokken bij het uitlekken van gedetailleerde gegevens van de F2007 naar de concurrentie. Min of meer bij toeval kwam de zorgvuldig voorbereide operatie aan het oppervlak. 

De gebeurtenissen, de verdachten, hun motieven en de gevolgen. F1-Planet.com's Stefan Zwinkels werpt zijn licht op een wel heel duistere zaak.

 

 

 

De Formule 1 is een wereld van superlatieven. De snelste auto's, 's werelds beste coureurs, de nieuwste, hoogwaardige technologieën, het wordt allemaal in één adem genoemd met de enige sport die live tweewekelijks meer dan 150 miljoen tv-kijkers trekt. Het is echter ook naast de baan een keiharde sport en dat daar waar er stevig op los gehakt wordt, er ook wel eens spaanders vallen, dat werd in de afgelopen week wel duidelijk: aan al die superlatieven kan er na de afgelopen week in Silverstone één worden toegevoegd: die van het grootste spionageschandaal uit de geschiedenis van de autosport, want dat is, nu het rookgordijn langzaam maar zeker is opgetrokken, een vaststaand feit.

De zaak heeft de sport op haar grondvesten doen schudden. Nog steeds zijn er de naschokken en die zullen er ook de komende tijd nog wel blijven. Niet voor niets, want wat zich aftekende, was iets wat niemand voor mogelijk had durven houden. Een spionagezaak die reikt tot in de hoogste echelons van de twee meest vooraanstaande Formule 1-teams van dit moment: Ferrari en McLaren. Een samenzwering tussen twee hooggeplaatste functionarissen van concurrerende teams die het volledige project van de Ferrari F2007 tot in de details blootstelde en die waarschijnlijk nooit aan het licht zou zijn gekomen, als een oplettende figuur, niets vermoedend en zonder enige betrokkenheid bij de Formule 1, niet alarmerend had gereageerd op wat zich onder zijn neus voltrok.

 

Zoals in de grootste strafzaken gaat er ook in deze zaak een lange voorgeschiedenis vooraf aan wat zich de afgelopen maanden, tussen april en het afgelopen weekend in Silverstone voltrok. Het was in deze periode dat de jarenlange samenwerking tussen, inmiddels Team Performance Manager, Nigel Stepney en zijn team Ferrari een absoluut dieptepunt bereikte. Er is niets teveel gezegd als je stelt dat Stepney een van de sleutelfiguren was in de wederopstanding van Ferrari en het succes van Michael Schumacher. In 1992 voegde hij zich, na dienstverbanden bij Lotus en Benetton in de jaren '80, als jonge monteur bij de Scuderia. Halverwege de jaren '90 werd hij daar herenigd met Ross Brawn en ontwerper Rory Byrne. Stepney had het inmiddels tot teamcoördinator geschopt en stuurde in die functie het team van monteurs aan. In 2001 werd zijn functie omgezet tot die van Team manager.

Toen aan het einde van 2006 duidelijk werd dat er aan een einde kwam aan het Schumacher-tijdperk en een aantal van de kopstukken van het team, waaronder Ross Brawn en Paulo Martinelli het team gingen verlaten, zag Stepney, als een van de langst dienende medewerkers, voor zichzelf een rol weggelegd in het senior management. Het liep anders. Mario Almondo trad toe tot het management in de functie van Technisch Directeur en daaronder kregen Stefano Domenicali en Luca Baldisseri de technische en strategische dagelijkse leiding in het team.  Stepney kreeg de functie van Team Performance Manager, een functie van waaruit hij meer een op de kwaliteit gerichte rol kreeg binnen het team. Een belangrijk gegeven, want vanuit die functie zou hij directe en onbeperkte toegang hebben tot alle technische gegevens en ontwerpen van de auto. De toedeling van die taak kon hem echter niet bekoren. In februari uitte hij zijn frustraties in de Italiaanse media en zei hij het liefst evenals Brawn een sabattical te nemen, maar de kans dat Ferrari daarmee zou instemmen was nihil, zo meldde hij.

De frustraties stapelden zich in de weken die volgden, snel op. De rol van Team Performance Manager was, in tegenstelling tot die van Teammanager, er een op de achtergrond van de actie tijdens de Grands Prix. Meer dan hem lief was, moest Stepney bivakkeren op de thuisbasis in Maranello en tijdens de races waarbij hij aanwezig was ervaarde hij zijn rol als een aan de zijlijn. Het boterde ondertussen niet tussen Stepney en de nieuwe leiding. Ferrari had verbolgen gereageerd op zijn uitlatingen in de pers en weigerde inderdaad een verzoek voor een sabattical. Medio april barstte de bom, toen het team hem na een woordenwisseling de aanwezigheid bij de Grands Prix ontzegde.

Aan het oppervlak was er sinds de uitlatingen in de media geen rimpeling meer te bespeuren, afgezien van het feit dat Stepney door ingewijden meer en meer in verband werd gebracht met Honda. Niet toevallig, zo zou blijken, want Honda-medewerkers zouden later bevestigen dat Stepney begin juni was gezien op de Honda-basis in Brackley. Niemand had op dat moment nog enig idee wat er zich achter de schermen afspeelde. 

Het ontzeggen van toegang tot de Grands Prix had bij Stepney iets onherstelbaars aangericht. Voor hem was op dat moment duidelijk dat de wegen van hem en Ferrari zich zouden scheiden. Tegelijkertijd was hij gebrand op een substantiële stap voorwaarts in zijn carrière, niet op een soortgelijke taak die hij eerder bij Ferrari had vervuld. Als hij zou overstappen naar een ander team, dan moest dat voor een functie in de teamleiding zijn. Heel veel vacatures in deze categorie waren er echter niet bepaald in deze fase van het seizoen, zeker niet zonder ervaring op het hoogste functieniveau. Er was iets speciaals voor nodig om de teamleiding van een van de concurrerende fabrieksteams te overtuigen.

Stepney vond zijn antwoord na een lang gesprek met landgenoot Mike Coughlan. Coughlan was inmiddels al enkele jaren hoofdontwerper bij McLaren Mercedes, maar had daar jarenlang gebivakkeerd in de schaduw van Adrian Newey. Newey had de absolute leiding en zijn eigen werkwijze in het team, iemand van de oude stempel, van de tekentafel. Een manier van werken die Coughlan niet voorstond. Toen Newey begin 2005 vertrok bij het team, leek het tij in zijn voordeel te keren, maar de erfenis van Newey bij zijn vertrek kwam direct op het bord van Coughlan, die bovendien andere collega's in het spoor van Newey zag vertrekken: de MP4-21 van 2006 was een regelrechte teleurstelling en het schroefde de druk direct op voor de hoofdontwerper. Ook Coughlan voelde dus weinig erkenning voor zijn werk en ook voor hem was het begin van 2007 zwaar, toen bleek dat McLaren ondanks een goed testseizoen in Australië te kijk werd gezet door Ferrari. De MP4-22 was voor de volle honderd procent zijn ontwerp, dus op hem lag alle druk, daar waar Coughlan ervan overtuigd was dat de auto in de basis in orde was.

Begin april kwamen beide mannen na de overzeese Grands Prix tot een machiavelliaans monsterverbond, dat hen beide een nieuwe uitdaging moest bieden, in een verbeterde positie en ver weg van de stress hun twee huidige topteams. Ze waren het er echter over eens dat van voren af aan beginnen bij een van de teams in de subtop een klus van vele jaren zou zijn, die hen langs vele ondoordringbare wegen zou leiden, zeker gezien de soms politiek beladen situatie bij die teams. Ze moesten dus met overtuigende, korte termijn resultaten kunnen komen en dat kon alleen met behulp van de kennis, die ze opdeden bij en die toebehoorde aan hun huidige teams. Een riskant plan werd beraamd, maar een dat hen een basis van onschatbare waarde zou geven bij toekomstige teams, zonder dat er enig spoor zou hoeven zijn van hun oneigenlijk opgedane 'inspiratie'. Inspiratie die, met het beste uit de beide werelden van Ferrari en McLaren, naar grote successen zou moeten leiden.

Stepney kon vanuit zijn rol als Team Performance Manager zonder belet bij alle technische gegevens van Ferrari's huidige en toekomstige projecten en kon zodoende ook zonder dat het iemand opviel of zonder het omzeilen van enige autorisatie deze opgeslagen informatie meenemen tot buiten de poorten van Maranello. Zo kon het gebeuren dat hij een 700-pagina's tellend document met alle ontwerpdetails van het project 658, de interne codenaam voor de F2007 en enkele op de toekomst gerichte projecten kon meenemen en deze na afloop van een test op het Circuit de Catalunya bij Port Genesta, nabij Barcelona kon overdragen aan Coughlan, beide nog altijd in dienst van Ferrari respectievelijk McLaren. Coughlan kon deze  alvast bestuderen om zich voor te bereiden op de toekomstige stappen. Half mei besloten ze het erop te wagen en belde Stepney met teambaas Nick Fry van Honda Racing. 

Stepney bevestigde in dat gesprek zijn interesse in een positie bij Honda en dat ook Mike Coughlan geïnteresseerd zou zijn in een overstap. Als duo zouden zij een substantiële bijdrage aan de toekomst van Honda kunnen leveren. In juni volgde in het diepste geheim een gesprek tussen Fry, Stepney en Coughlan, waarin ieders intenties en ambities werden besproken. Fry stond in deze fase zeker niet onwelwillend tegenover een samenwerking, maar was niet op de hoogte van de documenten waarover Stepney en Coughlan beschikten. Er zou zelfs al over arbeidsvoorwaarden zijn gesproken en de wederzijdse intentie om het de overstap nog deze zomer af te ronden, zodat beide na een eventuele verplichte pauze tot het einde van het jaar aan het begin van 2008 konden beginnen in hun nieuwe functie.

Zo ver kwam het echter niet. Het contact tussen Stepney en Coughlan kwam McLaren teammanager Jonathan Neale ter ore. Na enige druk te hebben uitgeoefend kwam het hoge woord eruit bij Coughlan, dat hij in het bezit was van hoogwaardige detailinformatie van de Ferrari F2007. Neale wist niet wat hij hoorde en kwam voor een onmogelijk dilemma te staan: vanuit zijn functie zou hij het aanhangig moeten maken bij Ron Dennis, waarna het team diep door het stof zou moeten en van Coughlan's carrière en reputatie zou niets heel blijven. Zowel het team als Coughlan waren niet gebaat bij zo'n schandaal. Neale besloot daarop het issue niet aan te kaarten, maar eiste van Coughlan dat die in zijn bijzijn de documenten zou vernietigen. Coughlan kon niet anders dan daarmee akkoord gaan.

Het pact met Stepney zou daarmee echter onder druk komen te staan. Coughlan wist echter dat hij geen keuze zou hebben dan op korte termijn aan Neale's eis te gehoorzamen. Wilde hij nog iets van zijn Honda-droom heel houden, iets waarvan Neale geen enkele weet had, dan moest hij snel handelen. Hij vroeg zijn vrouw Trudy het document te laten kopiëren door een in grote volumes gespecialiseerde copyshop. De originelen zouden worden vernietigd, de kopieën zou hij achter de hand houden. Het was op dit punt, dat het plot haar beslissende wending kreeg, want de medewerker van de copyshop zou zich bij nadere bestudering van de stukken erover verbazen dat deze vrouw van middelbare leeftijd met gedetailleerde blauwdrukken met de logo's van Ferrari naar een copyshop in Engeland kwam. Ook copyshops hebben zich te houden aan de naleving van auteursrechterlijke bepalingen en bij twijfel wordt een en ander geverifieerd. Zeker in het Verenigd Koninkrijk is de controle hierop aanzienlijk te noemen. Het was de copyshop medewerker wiens alarm uiteindelijk Maranello bereikte.

Ferrari ondernam direct actie. Ze maakte de zaak, met de getuigenis van de medewerker, aanhangig bij de Italiaanse magistraat in het nabij gelegen Modena. Overtuigd van het geleverde bewijs zou de magistraat opdracht geven tot huiszoeking bij Stepney, die op dat moment vakantie hield op de Filippijnen. We spreken woensdag 20 juni 2007. In het belang van het onderzoek nemen zowel Ferrari als de magistraat  zwijgzaamheid in acht. Het feit dat een Engelse vrouw de kopieën in bezit had en Stepney met zijn vriendin vakantie hield in Azië, wees erop dat er meer mensen bij de zaak betrokken waren. Het onderzoek hiernaar moest in het diepste geheim plaatsvinden en mocht vooral geen slapende honden wakker maken. 

Ferrari zat ermee in haar maag dat het aanklagen van Stepney wel automatisch openbare bekendmaking krijgt, wat op de schaal waarop de media verslag doen van haar wel en wee, in korte tijd wereldnieuws zou zijn. De Italiaanse pers werd via subtiele kanalen in de richting van sabotage gestuurd. Al snel deed het verhaal de ronde dat Stepney de Ferrari's zou hebben willen saboteren. Een verhaal waar door Stepney, achteraf terecht, met verbazing en ontkennend op werd gereageerd. Dat niet het achterste van de tong werd getoond, werd duidelijk uit het feit dat Ferrari expliciet vermeldde dat Nigel Stepney op dat moment nog altijd in dienst was van Ferrari. Juridisch gezien van belang, omdat zij hem op basis van de kennis van dat moment niet op te rechtvaardigen gronden kon ontslaan.

De strafzaak rond Stepney deed echter bij Honda de alarmbellen afgaan. Het contract met de Engelsman was in de maak, maar Nick Fry maakte zich inmiddels grote zorgen. Synchroon aan de Italiaanse politie werd in Engeland een onderzoek gestart naar de identiteit van de vrouw en de herkomst van het document. Een kleine week later kwam de Engelse politie met resultaat: het onderzoek leidde naar Mike Coughlan, de hoofdontwerper van McLaren. De teamleiding van Ferrari bevindt zich in een staat van shock.

Ook nu moest de hoogste discretie in acht worden genomen, omdat er alleen kansen op een veroordeling zouden zijn als er daadwerkelijk belastende documenten zouden worden gevonden bij de Engelsman. Tegelijk met huiszoeking bij Coughlan thuis, meldde een team van advocaten met politie-escorte zich aan de poorten van het McLaren Paragon in Woking. Pas op dat moment wordt de omvang van de zaak echt duidelijk. McLaren moet na openheid van zake door Jonathan Neale al snel onderkennen dat er inderdaad sprake is van het in bezit hebben van gestolen documenten door een van haar medwerkers, maar ontkent met klem enige betrokkenheid van het team en de integratie van de intellectuele eigendommen in haar auto's. Ron Dennis, die geen weet had van de zaak, wordt zich bewust van een vertrouwensbreuk met zowel Coughlan als Neale. Coughlan wordt hangende het onderzoek voor onbepaalde tijd geschorst. Ferrari ontslaat nog diezelfde dag Nigel Stepney, die op dat moment nog altijd in het buitenland verblijft, op staande voet.

Bij huiszoeking bij Coughlan worden inderdaad de belastende Ferrari-documenten gevonden. Zowel Mike als Trudy Coughlan worden in staat van beschuldiging gesteld. Het nieuws dat ook Coughlan betrokken is bij het schandaal doet de ernst van de zaak pas echt doordringen bij Honda. Nick Fry neemt daarop direct contact op met Jean Todt en FIA-president Max Mosley en doet de contacten met Stepney en Coughlan uit de doeken. Pas dan vallen de puzzelstukjes stuk voor stuk op hun plaats.

 

Het is dan inmiddels de week voorafgaand aan de Britse Grand Prix op Silverstone en langzaam wordt duidelijk hoe groot de zaak in feite is. Niet minder dan drie teams zijn erbij betrokken en niet de minste kopstukken van topteams. De schade is, voor zowel Ferrari als McLaren, voorlopig nog niet te overzien. Aller eerst is zeer gevoelige kennis die directe belangen in de competitie in zich meedraagt uitgelekt. De Scuderia heeft daarmee de controle verloren over haar ontwerpen, werkmethoden en korte- en middellange termijnontwikkelingen. Mike Coughlan had de documenten ruim twee maanden in zijn bezit en had de kennis dus inmiddels, in meer of mindere mate kunnen verwerken in de ontwerpen van McLaren en de koers die het team vaart. Zoals geschetst was de samenzwering met Stepney niet gericht op het verbeteren van de competitieve situatie bij McLaren, maar dat wil niet zeggen dat kennis opgedaan door de inmiddels geschorste hoofdontwerper geen invloed heeft gehad zijn besluitvorming en de koersbepaling bij het ontwerp. 

Niet alleen McLaren, ook de FIA heeft inmiddels kennis genomen van alle documentatie. Na het bekend worden van de betrokkenheid van Coughlan opende de Internationale Automobielfederatie een eigen, onafhankelijk onderzoek gericht op de competitieve schade. Ze heeft daarbij de Ferrari-documenten die bij Coughlan gevonden werden gespiegeld aan de ontwikkelingen aan de McLaren MP4-22 in de afgelopen twee maanden. Racedirecteur Charlie Whiting heeft dat onderzoek in de aanloop naar de Grand Prix van Engeland uitgevoerd met McLaren's Technisch Directeur Paddy Lowe. De huidige systemen en werking van de F2007 hebben weinig geheimen meer voor de FIA, maar als de documenten ook op de toekomst gerichte ontwikkelingen tonen, dan zou dat Ferrari in theorie eveneens kunnen schaden. Vooral wanneer de innovatie zich op het randje van de huidige reglementen bevinden. De FIA zou hier met de verworven kennis op kunnen anticiperen en de regels aanscherpen.

Daarnaast zal pas over een langere periode duidelijk worden wat de impact van het schandaal heeft op de organisatie van Ferrari. Nigel Stepney was een gerespecteerd man binnen de muren van Maranello en naar het schijnt waren een aantal Ferrari-medewerkers, waaronder een van Ferrari's topaërodynamici, loyaal aan de Engelsman en bereid om in zijn spoor over te stappen naar Honda. Het feit dat de documenten hebben kunnen uitlekken, zal ongetwijfeld forse veranderingen in de documentbeveiliging tot gevolg hebben. Een ingreep die voor de medewerkers niet altijd als prettig wordt ervaren. Daarnaast verliest het team met het ontslag van Nigel Stepney belangrijke kennis en inzicht. Stepney stond met Ross Brawn aan de basis van de ommezwaai in de jaren '90, die van een politiek beladen chaos een sterk, uitgebalanceerd team maakte. 

Het is de vraag welke impact de zaak heeft op de toekomstplannen van Ross Brawn. Brawn en Stepney waren gedurende de jaren bij Ferrari goed bevriend geraakt. Beide Engelsman en beide wonend in Italië. De val van Stepney zal er voor Brawn een met twee gezichten zijn en het is de vraag welke consequenties dat zal hebben voor zijn beslissing om wellicht terug te keren bij het team in 2008.

Ook McLaren wordt, of ze nu wel of niet profiteert van de informatie die een van haar medewerkers in zijn bezit had over het reilen en zeilen bij de concurrent,  zwaar getroffen. Het team heeft Coughlan hals over kop moeten schorsen en het feit dat de documenten in zijn bezit werden aangetroffen, sluit het uit dat hij nog terug zal keren. Dat heeft, zeker op de korte termijn, een negatieve impact op de ontwikkeling van de MP4-22. Coughlan had een centrale en sturende rol op de ontwerpafdeling en zal daarom zeker gemist worden. Daarnaast zal nog moeten blijken wat de gevolgen zullen zijn voor Jonathan Neale. De Managing Director wist van de zaak af, maar liet na om de directie in te lichten. Normaal gesproken is een dergelijke vertrouwensbreuk voldoende reden voor een vertrek. 

Bovendien zullen de ontwikkelingen van de MP4-22 de komende tijd nauwlettend in de gaten gehouden worden door de FIA. McLaren zal dus echt haar eigen plan moeten trekken en kan geen risico's nemen met innovaties die lijken op die bij Ferrari. 

En dan is er nog de reputatieschade voor de sport. Hoewel het een incident in de zijlijn is en een die met name in Engeland al snel werd overschaduwd door de hype rond Lewis Hamilton heeft de Formule 1 nu haar eigen schandaal van een vergelijkbaar formaat als dat eerder in de wielerwereld aan het licht kwam. Met name Max Mosley heeft zich hierover bezorgd geuit en wil de kwestie daarom liefst zo snel mogelijk afgehandeld zien. Dat laatste is echter twijfelachtig. De gerechtelijke procedures tegen Stepney en Coughlan zullen nog wel vele maanden in beslag gaan nemen. Zeker is dat er bij deze kwestie geen winnaars zijn, alleen verliezers. Met Stepney verdwijnt opnieuw een kopstuk van het toneel uit het zo roemruchte Ferrari 'Dreamteam' dat tussen 2000 en 2004 vijf wereldtitels incasseerde. Dat Italiaanse sprookje behoort nu definitief tot het verleden.

 

 

Functionarissen van zowel Ferrari als McLaren waren de afgelopen maanden betrokken bij een spionageschandaal van formaat.

 

 

 

 

Nigel Stepney had een groot aandeel in het succes van Ferrari tussen 2000 en 2004, maar wordt nu verdacht van het lekken van ontwerpgegevens van de F2007.

 

 

 

 

In de nieuwe structuur liepen de frustraties bij Stepney hoog op. Hij wilde een sabattical, maar kreeg geen toestemming van het team.

 

 

 

 

Mike Coughlan, hoofdontwerper van McLaren bevond zich in een soortgelijke situatie. In 2006 stond hij onder druk vanwege de uitblijvende prestaties.

 

 

 

 

De MP4-21 was een erfenis van Adrian Newey die het team veel zorgen en frustraties kostte.

 

 

 

 

Stepney benaderde NIck Fry over de mogelijkheden bij Honda en de intentie om samen met Mike Coughlan het team te versterken.

 

 

 

 

McLaren's managing director Jonathan Neale kreeg lucht van de zaak, maar verzweeg het voor het McLaren management.

 

 

 

 

De Italiaanse pers werd in de richting van sabotage gestuurd om de échte zaak te verhullen.

 

 

 

 

Ron Dennis maakte een zware week mee in de aanloop naar de Grand Prix van Engeland, toen de huiszoeking bij Coughlan de zaak aan het rollen bracht.

 

 

 

 

 

Ferrari heeft de controle verloren over haar ontwerpen. De impact die dat heeft, zal pas later duidelijk worden.

 

 

 

 

 

Met het ontslag van Stepney verdwijnt opnieuw een kopstuk van het Dreamteam van weleer van het toneel.