www.f1-planet.com - Special: De Onvermijdelijke Val

 

DE ONVERMIJDELIJKE VAL 

 

 

 

Zelf stelde Christijan Albers 'onaangenaam verrast' te zijn door zijn ontslag bij Spyker. Enkele uren na het breaking news hield de Nederlander een emotionele persconferentie in Amsterdam. Maar het waren er maar weinigen die het vertrek van Albers niet hadden zien aankomen. Tegenvallende prestaties én betalingsproblemen brachten hem al eerder in een delicate positie, maar er waren meer redenen waarom zijn val uiteindelijk onvermijdelijk was. 

 

 

 

Het moet een vreemde gewaarwording zijn geweest voor Christijan Albers Terwijl het team van Spyker alweer volop testte op het circuit van Spa-Francorchamps, zat hij in Amsterdam om een selecte groep media te woord te staan en tekst en uitleg te geven bij zijn ontslag bij de Nederlandse renstal. Luttele uren eerder was het bericht officieel uitgebracht dat de wegen van Spyker en de coureur zich zouden gaan scheiden. Die dinsdag 10 juli 2007 markeerde daardoor het einde van een tijdperk dat een kleine driekwart jaar eerder zo veelbelovend begon. Een Nederlandse coureur in een Nederlands team met een keur aan Nederlandse bedrijven achter zich. Voor zowel Albers als Spyker een prachtig uitgangspunt. 

Tijdens de officiële perspresentatie op Silverstone op 5 februari stonden ze nog gebroederlijk naast elkaar: de kersverse nieuwe eigenaar Michiel Mol, Spyker Cars Directeur Victor Muller, teambaas Colin Kolles, Christijan Albers en diens manager Lodewijk Varossieau. Vijf maanden later heeft Victor Müller zijn positie onder grote druk van de aandeelhouders moeten verlaten, was er de breuk tussen Christijan Albers en diens manager Varossieau en nu is de Nederlander zelfs Formule 1-coureur-af. Vijf maanden waarin zich dus veel meer heeft afgespeeld dan alleen de dramatische ontwikkeling van de beurskoers en de tegenvallende prestaties van Spyker in de Formule 1 deden vermoeden. De afgelopen maanden woedde er rond Spyker op meerdere fronten en meerdere niveaus een strijd, die feitelijk al begon toen een klein jaar geleden, in september 2006, de verkoop werd beklonken.

 

Een belangrijk deel van die problemen is terug te voeren op het aanzienlijke bedrag waarvoor Michiel Mol instapte in Spyker en daarmee het Formule 1-team van Midland verwierf. $106 miljoen werd er op tafel gelegd om het kwakkelende team van Alex Shnaider op te kopen. Een enorm bedrag, dat Mol niet in zijn eentje bij elkaar bracht, maar met behulp van een consortium. Het zogenaamde M-Consortium met daarin vader en zoon Jan en Michiel Mol en een aantal niet bij naam genoemde Nederlandse investeerders. Echt duidelijkheid over de andere participanten kwam er nooit, maar nadrukkelijk circuleerden de namen van Marcel Boekhoorn - oud-eigenaar van Telfort en de schoonvader van coureur Giedo van der Garde, Roel Kooijman - de schoonvader van Christijan Albers - en Joep van den Nieuwenhuizen. 

Met name de betrokkenheid van Kooijman in de totstandkoming van de Spyker-deal leek de positie van de Nederlander geen windeieren te zullen leggen. De investeerders achter Christijan Albers waren blij met de vergrote exposure bij het Spyker-team en de Nederlander ging zijn derde Formule 1-seizoen in met een nieuwkomer als teamgenoot. De F8-VII was uitgerust met Ferrari-motoren en er was de komst van Mike Gascoyne. Gr8 Industries, het bedrijf van Varossieau kreeg bovendien een fors marketingcontract om Spyker F1 internationaal op de kaart te zetten. Het vertrouwen was dus groot bij het team en de mensen achter Christijan Albers, maar vanaf de start van het seizoen zou er van de oranje droom bitter weinig terecht komen.

In de eerste plaats waren er al de nodige zorgen geweest om de financiële situatie en toekomst van Spyker Cars. Het bedrijf had pas kort na de F1-deal voor het eerst winstgevende cijfers voortgebracht en de aankoop van het F1-team had een forse impact op de financiële huishouding. Ook intern was er veel verandering, want Michiel Mol had met een meerderheid van de aandelen een machtige positie in het bedrijf verworven. Spyker was echter nog altijd beursgenoteerd en het feit dat de productie en verkopen door een gebrek aan armslag in de productiedivisie nog altijd achterbleven bij de verwachtingen, terwijl er wel voor $106 miljoen in een kostengevende F1-operatie werd gestoken, werd op het Damrak niet bepaald gewaardeerd. Een en ander zorgde ervoor dat een aantal investeerders alweer eieren voor hun geld wilden kiezen. Een van hen was Joep van den Nieuwenhuizen, die deel uitmaakte van het M-Consortium en daarmee aandeelhouder was.

Van den Nieuwenhuizen was eerder bij Midland ingestapt met zijn bedrijf Mingya, een vastgoedonderneming actief in China. Nog voor de eerste Spyker F1 het levenslicht zag, had Van den Nieuwenhuizen al zijn conclusies getrokken en zich teruggetrokken uit het team. De sponsordeal die vanuit de Midland-tijd via Christijan Albers was afgesloten met het team liep echter officieel nog door, maar voor Van den Nieuwenhuizen was de kous af. Wat hem betrof waren de zaken netjes afgerond binnen het consortium met Michiel Mol en de zijnen. Doordat de constructie een verleden had in het Midland-tijdperk en Albers' BV betrokken was bij de sponsordeal, werd die echter door Spyker nog altijd gezien als een sponsor uit de portefeuille van Albers.

Albers zelf had ondertussen zo zijn eigen problemen. De start van het seizoen verliep voor hem teleurstellend. Hij kreeg, letterlijk, geen grip op de nieuwe Bridgestone-banden en zag debuterend teamgenoot Adrian Sutil regelmatig langszij komen. Ondertussen sluimerde er een conflict met manager Lodewijk Varossieau. Al vanaf 2000 hadden de twee gezamenlijk met succes via DTM een weg gebaand naar Formule 1, maar inmiddels leken er andere krachten in het spel te zijn. Varossieau en Gr8 Industries had een groei doorgemaakt en was al snel ook in trek bij andere Nederlandse rijders. Zo werden er eveneens banden gelegd met het talent Renger van der Zande en waren er signalen dat ook Ho Pin Tung wellicht met Gr8 Industries de Chinese markt zou gaan verkennen. Dit was tegen het zere been van Albers, die volledige focus eiste van zijn management.

Daarnaast zou de betrokkenheid van Gr8 bij Spyker op termijn een potentiële dealbreaker blijken. Bij rozengeur en maneschijn was het een ideaal uitgangspunt; een coureur, wiens management hun beider positie verstevigt met een marketingovereenkomst met het team. Maar op het moment dat het niet zo lekker gaat met een coureur en de relatie met het team onder druk komt , moet dat management er ook voor hem stáán. In het geval van Albers werd dat, met andere belangen in het spel, bemoeilijkt. In Indianapolis barstte de bom en keerde Varossieau hals-over-kop terug naar Nederland. Albers en zijn management gingen met onmiddellijke ingang uit elkaar.

Het laat zich raden dat een en ander de positie van Albers geen goed deed. Hij stond er in een aantal opzichten nu helemaal alleen voor. Niet alleen op het sponsorvlak, waarop Varossieau altijd een doorslaggevende inbreng had gehad, maar ook in de communicatie met het team en zijn positie daarin. Varossieau zou ondanks de breuk vooralsnog wel verantwoordelijk blijven voor de lopende sponsordeals van de Christijan Albers BV. Een vreemde situatie, die niet veel duidelijkheid schept naar de buitenwacht en de bestaande en potentiële sponsors. Zeker was wel dat de problemen zich in deze fase opstapelden, voor zowel Albers als Spyker.

Financieel ging het nog altijd niet beter met Spyker en Michiel Mol zou wederom een lening van $4 miljoen uitvaardigen om het bedrijf draaiende te houden. De beurskoers bleef in een vrije val, maar ondertussen komt de datum waarop er opnieuw een deel van het overnamebedrag, dat gespreid over twee jaar na de overname zou worden voldaan, aan Alex Shnaider moet worden overgemaakt dichter en dichterbij. Ook de afspraken over de verdeling van de televisiegelden door de teams in de achterhoede lieten lang op zich wachten. De rel rond de customer cars zorgde ervoor dat Spyker hier in de toekomst naast leek te zullen grijpen, maar een luid protest van het team lijkt na maanden eindelijk voor een doorbraak te zorgen. De garantie van dat bedrag was voor de teamleiding echter wel van vitaal belang. 

Sportief ging het ook nog altijd niet voor de wind. Albers en Sutil reden in het Wereldkampioenschap steevast achteraan en het uitbrengen van de B-versie van de Spyker, die onder leiding van Mike Gascoyne wordt ontwikkeld, zou bovendien langer op zich laten wachten. Vooral Albers kwam binnen het team meer en meer onder druk te staan. Hij was de ervaren man in het team, maar had problemen om zijn rijstijl aan te passen aan de nieuwe bandensituatie. Dat laatste ging ten koste van het vertrouwen in hem bij een aantal leden van het teammanagement, onder wie Colin Kolles en Mike Gascoyne. Fouten in Canada en Frankrijk werden hem niet in dank afgenomen. Met name het tankincident in Magny-Cours voerde de druk verder op, want nu was er ook van buiten het team hevige kritiek op de coureur.


Het waren dus twee zaken die begin juli samenkwamen die de positie van Albers uiteindelijk onhoudbaar maakten: enerzijds een coureur in een team dat het vertrouwen in hem leek op te zeggen, anderzijds waren er de ontbrekende miljoenen van de Mingya-deal die Spyker hard nodig had om de zaken op de rails te houden. Ten tijde van het terugtrekken van Van den Nieuwenhuizen was er voor Albers en zijn management nog geen man overboord. Spyker was bereid om aan een oplossing te werken en het zou geen directe gevolgen hebben voor Albers' positie. Toen echter bleek dat de samenwerking zowel sportief als commercieel niet aan de hooggespannen verwachtingen voldeed en het water het team dichter aan de lippen kwam te staan, sloeg een en ander echter om en werd Albers geacht om op korte termijn met de ontbrekende miljoenen over de brug te komen.

Albers en zijn achterban waren echter van mening dat, omdat de deal direct met Spyker tot stand was gekomen, hen niets kon worden aangerekend. Evenmin konden ze Van den Nieuwenhuizen direct aanspreken op de gemaakte afspraken, omdat de uiteindelijke overeenkomst er een was tussen Van den Nieuwenhuizen en het team. Als Albers al $2 miljoen al op tafel kregen, dan nog ging de coureur een onzekere toekomst tegemoet bij het team. Een oplossing kwam er niet. Op zondag na de Grand Prix van Engeland kreeg Albers van teambaas Colin Kolles te horen dat het doek was gevallen.

 

De gevolgen van de breuk zijn zowel voor Albers als voor Spyker zwaar. Sponsortechnisch was Spyker dit seizoen sterk afhankelijk van de merken die via Christijan Albers in de Formule 1 werden geïntroduceerd. De lopende deals worden door alle partijen gerespecteerd, maar het laat zich raden dat met name de sponsors van het eerste uur uit het Albers-kamp zich iets anders hadden voorgesteld van hun ingebrachte miljoenen. Het is dan ook nog maar de vraag of die ook in de toekomst in het team willen blijven investeren. 

Albers zelf zal er een zware kluif aan hebben om nog te kunnen terugkeren in de Formule 1. Zijn reputatie heeft dit seizoen een forse deuk opgelopen en voorlopig zit de coureur nog zonder management. Veel opties resteren er niet, nu teams in toenemende mate hun line-ups voor 2008 aan het invullen zijn. De meeste hebben een lange wachtlijst van coureurs die al aan het team verbonden zijn in junior programma's, dus om alsnog een voet tussen de deur te krijgen, wordt een heel lastige klus.

Spyker zit op haar beurt zonder ervaren coureur. Ze testte in Spa met Christian Klien, maar die coureur is niet in staat om het budget van het team aan te vullen. De Oostenrijker werd eind vorig jaar losgelaten door Red Bull en was sindsdien derde rijder bij Honda. Het team koos daarom voor de minder ervaren Markus Winckelhock, die in ieder geval de steun had van sponsor Superfund en in ieder geval voor de Grand Prix van Europa. Winckelhock had het zoals verwacht zwaar in zijn thuisrace en de zaak heeft het team in sportief opzicht dan ook geen stap verder gebracht.

De belangrijkste aderlating lijkt echter te zijn dat de 'Hollands glorie' waarop Spyker in eerste instantie zo vastberaden inzette zonder Nederlandse coureur in het team weinig meer over is. En dat is juist in deze fase van het Wereldkampioenschap, waarin de basis gelegd moet worden voor de sponsorgroep voor het nieuwe seizoen 2008, geen goede zaak. Michiel Mol heeft het team voor veel geld weten aan te trekken, maar het team ook competitief in stand houden is een ander verhaal waarvoor meer financiële middelen nodig zijn dan hij zelfstandig kan opbrengen. Het is dan ook te hopen dat er een plan ligt bij Spyker, dat de toekomst van het team veiligstelt.  

 

 

Christijan Albers kreeg op zondagmiddag na de Grand Prix van Engeland te horen dat zijn dagen bij Spyker waren geteld.

 

 

 

 

Het Nederlandse sprookje bij aanvang in februari: Michiel Mol, Christijan Albers, Giedo van der Garde en Victor Muller.

 

 

 

 

Michiel Mol kocht het team voor $106 miljoen van Alex Shnaider met het door hem opgerichte M-Consortium.

 

 

 

 

Christijan Albers in betere tijden met inmiddels ex-manager Lodewijk Varossieau.

 

 

 

 

Colin Kolles en Michiel Mol zagen de bui hangen: in september moet een nieuwe termijn van $15 miljoen worden voldaan aan Alex Shnaider.

 

 

 

 

Albers had zo zijn eigen problemen. Hij kreeg geen grip op de nieuwe Bridgestonebanden en brak met manager Varossieau.

 

 

 

 

Daar kwam het tankincident in Frankrijk bij, waardoor er ook van buitenaf druk kwam op de overeenkomst tussen Albers en Spyker.