www.f1-planet.com - Special: Verdict Without Sentence

 

VERDICT WITHOUT SENTENCE 

 

 

 

Er werd in de afgelopen weken toch wel met spanning uitgekeken naar die ene, laatste donderdag van juli. De dag dat de FIA uitspraak zou doen in de inmiddels breed uitgemeten spionagezaak. De rechtsprekende macht: het World Motor Sport Coundil, het lijdend voorwerp: McLaren Mercedes, dat werd verdacht van betrokkenheid bij de zaak en oneigenlijk gebruik van de Ferrari documenten. 

Er hingen donkere wolken boven het team uit Woking, want alle signalen duidden erop dat het team rekening moest houden een zware straf. Tot ieders verbazing achtte het World Council McLaren wel schuldig, maar besloot ze af te zien van een straf. Vanaf dat moment stak er een storm van kritiek op die de politieke molen in volle gang zette.  

 

 

  De adrenaline moet nog stevig door zijn aderen hebben gestroomd op het moment dat Ron Dennis op donderdagmiddag de hoorzitting van het World Motor Sport Council verliet. Zijn woordkeuze deed anders vermoeden, maar de opluchting sprak tussen de regels door duidelijk uit de reactie die de McLaren teambaas na afloop gaf. De sensatie was dan ook groot: het World Motor Sport Council achtte McLaren schuldig aan het inbreuk maken op Artikel 151c van de Internationale Sporting Code, maar zag - vanwege een gebrek aan sluitend bewijs dat het team daadwerkelijk gebruik had gemaakt van de informatie die zij via Ferrari-medewerker Nigel Stepney in haar bezit kreeg - af van een bestraffing. 

Een besluit dat, afhankelijk van de toehoorder, met verbazing, ongeloof en verbijstering werd ontvangen. Artikel 151c van de International Sporting Code is een van de bepalingen die de FIA hanteert om een ordelijk en vooral eerlijk verloop van de competitie te garanderen in de kampioenschappen die zij onder haar hoede heeft. Het artikel stelt: "Elk frauduleus gedrag of handeling in strijd met het belang van de competitie of de belangen van de autosport als geheel moet worden gezien als een inbreuk op de reglementen”.

Het World Motor Sport Council achtte McLaren op 26 juli schuldig aan dat laatste, maar besloot daar geen straf voor uit te delen. Er waren weliswaar bewijzen van het in bezit hebben van de verboden Ferrari-documenten bij een medewerker van het team, maar het World Council wilde het team hier niet voor verantwoordelijk stellen, omdat, zo verdedigde McLaren zich, Mike Coughlan zelfstandig zou hebben geopereerd en uit eigen belang handelde met het oog op een toekomstige functie elders. De Ferrari-documenten zouden niet zijn gebruikt bij de ontwikkeling van de McLaren MP4-22. De laatste is een harde stelling, die in alle gevallen, zowel voor als tegen, maar moeilijk te bewijzen is. De Formule 1-reglementen zijn anno 2007 zeer strikt en geven de ontwerpers maar marginale ruimte voor eigen interpretaties en vondsten. Ieder werkt toe naar de optimale situatie en daarbij is het gebruikelijk dat de teams elkaar nauwlettend in de gaten houden. Het is dan nauwelijks aan te tonen dat een aanpassing is geïnspireerd door oneigenlijk in bezit hebben van documenten van de concurrent. Het WSMC stelde wel het voorbehoud dat als er in de nabije toekomst toch bewijzen zouden zijn die dit uitwijzen, McLaren alsnog een zware straf boven het hoofd hangt die kan variëren tot volledige uitsluiting van de Wereldkampioenschappen van zowel 2007 als 2008.

 

De reactie van McLaren was er zoals verwacht dus een van opluchting. De zaak had het team in de afgelopen weken volledig in haar greep gehad en het team hield terecht rekening met het ergst denkbare scenario. Ron Dennis zei na afloop niet blij te zijn dat zijn team schuldig was bevonden aan het overtreden van de Sporting Code, maar dat ‘de strafmaat paste bij de overtreding’. Een ietwat ironische uitspraak, gezien er van een formele straf geen enkele sprake was. Dat laatste sloeg in als een bom bij Ferrari, dat in de persoon van Jean Todt was vertegenwoordigd bij de hoorzitting in Parijs. Het dient gezegd dat Ferrari in de hoorzitting geen actieve rol was toebedeeld. WSMC verhoren vinden uitsluitend plaats tussen het council en de beklaagde en met de bewijslast die door de autoriteiten – de FIA zelf als de sportautoriteit dan wel door Justitie - worden vergaard.

Ferrari was niet alleen verbolgen over het uitblijven van een straf ondanks sluitende bewijslast en het schuldig achten aan het overtreden van Artikel 151c, het team stelde ook dat doordat zijzelf geen enkel aandeel had in het proces, er bewijslast buiten beschouwing was gebleven. Bewijslast die door Ferrari en het door het team ingeschakelde onderzoeksbureau zijn vergaard in zowel Italië als Engeland. Het team trok het bovendien ten stelligste in twijfel dat het team op geen enkele wijze betrokken was bij het bezit van Ferrari-documenten door Mike Coughlan. Kort voor het proces werd duidelijk dat de regelverduidelijking die McLaren had gevraagd naar aanleiding van de flexibele bodemplaat van Ferrari was voortgekomen uit een tip van Nigel Stepney aan Mike Coughlan, die daarop zijn team inlichtte.

Todt stelde de uitslag ‘onbegrijpelijk’ te vinden: “Wat er gebeurd is, is heel serieus. Aan de ene kant is McLaren schuldig bevonden en aan de andere kant worden er geen sancties aan verbonden. Gedurende de bijeenkomst van gisteren hebben de McLaren bazen zonder uitzondering toegegeven dat hun hoofdontwerper sinds maart, nog voor de Grand Prix van Australie documenten ontving van Nigel Stepney.

Een deel van die data was gebruikt om een regelverduidelijking te vragen aan de FIA, die duidelijk gericht was tegen ons, gegeven het feit dat gedurende het weekend in Melbourne, de McLaren teambaas en zijn naaste collega’s uitspraken deden die ‘sommige auto’s’ in twijfel trokken. De informatie was dus gebruikt om een voordeel te behalen ten koste van ons: niet door een verbetering in hun prestaties, maar door de onze te beperken”.

Onderzoek van Ferrari wees uit dat het lekken van gevoelige informatie van Ferrari van Stepney naar Coughlan al langer aan de gang was dan alleen de bewuste overdracht van het 780 pagina’s tellende document dat de zaak uiteindelijk aan het licht zou brengen. Stepney lichtte McLaren in over de flexibele bodemplaat en Coughlan zou op zijn beurt bij Stepney hebben geïnformeerd naar het rembalans systeem van de Ferrari’s. Dat was ruim voordat zij in mei bij Honda aanklopten om te informeren naar de mogelijkheden aldaar en dus zou McLaren wel degelijk van de spionage hebben geprofiteerd. McLaren zou zelfs een aparte firewall hebben geïnstalleerd op haar e-mailverkeer om de communicatie tussen Stepney en Coughlan een halt toe te roepen. Dat zou bevestigen dat het team wel degelijk ervan op de hoogte was dat er iets speelde.

“Zoals bevestigd, was er al een overtreding in het simpele feit van het in bezit hebben van informatie, wat op zichzelf al een enorm voordeel betekent in een sport als de Formule 1. Naar Ferrari’s mening, is het alsof je poker speelt tegen een tegenstander die je kaarten al kent”.

Todt beschuldigde McLaren bovendien van hypocrisie. Op 9 juni begroeven Ferrari en McLaren de strijdbijl omtrent de bodemplaatkwestie in Melbourne. Er werden nieuwe afspraken gemaakt over het aankaarten van reglementaire zaken en de uitspraken die daarover naar de buitenwacht worden gedaan. McLaren heeft destijds echter verzuimd Nigel Stepney aan te wijzen als degene die de flexibele bodemplaat aan het licht bracht. “Aan de ene kant stelden ze voor ‘elkaar te vertrouwen’ en aan de andere kant hielden ze serieuze informatie achter en lieten het na om ons in te lichten, wat wel in de geest was van onze overeenkomst. Wat Ferrari betreft is de kous dan ook zeker niet af”.

In de persoon van Luca di Montezemolo kaartte de Scuderia haar ongenoegen aan bij de ACI-CSAI, de Italiaanse autosportbond. ACI-CSAI President Luigi Macaluso schreef daarop een brief aan FIA-president Max Mosley. waarin hij op niet mistenverstane wijze verzocht de zaak door te sturen naar het College van Beroep. In een beroepszaak van het College van Beroep is er meer hoor en wederhoor van alle betrokkenen en zou Ferrari wel de mogelijkheid krijgen om haar bewijslast te gebruiken. De eis van de Italiaanse bond stelde de FIA-president voor een dillemma. Ingaan op de eis betekende dat hij een besluit genomen uit hoofde van zijn eigen orgaan terzijde zou schuiven. Anderzijds heeft de Italiaanse autosportbond traditioneel een machtige positie en zijn het de gezamenlijke autosportbonden die hem hebben aangesteld als FIA President. Daarbij hebben deze te allen tijde het vraagrecht tot nader onderzoek. Het weigeren van het verzoek zou Mosley zelf dus in een lastige positie kunnen brengen. Vijf dagen na het oordeel van het WSMC werd de zaak dan ook alsnog doorgestuurd naar het College van Beroep.

Op dat moment sloeg de sfeer om. Waar Ferrari zich tevreden uitliet over het besluit van Mosley, stelde McLaren ‘teleurgesteld’ te zijn, maar er van overtuigd was dat McLaren ook in de hoger beroepszaak zal worden vrijgepleit. Ron Dennis stuurde bovendien een lange reactie naar Macaluso, waarin hij in chronologische volgorde gedetailleerd inging op de affaire. Dennis bevestigt daarin dat Nigel Stepney de informant was die McLaren inlichtte over de bodemplaat en beschuldigde Ferrari daarin van het beogen van een ‘onrechtmatig voordeel’. De McLaren-teambaas stelt bovendien dat Coughlan een paar pagina’s van de documenten, die buiten medeweten van McLaren, door Stepney werden overgedragen aan Coughlan, heeft geprobeerd te tonen aan Managing Director Jonathan Neale, maar dat die daar resoluut niet op is ingegaan. Hij ontkrachtte daarnaast dat Ferrari geen enkele rol had kunnen spelen in de WSMC-hoorzitting. “Het was duidelijk dat de FIA-president Ferrari alle mogelijkheden heeft gegeven om te worden gehoord, zodat alle relevante zaken door het WSMC worden gehoord”.

McLaren verdedigt in de brief, die overigens onbedoeld uitlekte naar de media, de keuze om de klokkenluider niet te noemen. “Klokkenluiden”, zo stelt Ron Dennis, “zou juist moeten worden gestimuleerd, niet gedemotiveerd. Als je teamleden de indruk hebben dat hun identiteit zal worden vrijgegeven, zullen zij hun verhaal niet uit de doeken doen”. Wel stelt Dennis dat het McLaren ‘niet lekker zat’ dat het uitgerekend Coughlan was die de tussenpersoon was in het klokkenluiden. Het team zou Coughlan daarop in maart 2007 hebben geïnstrueerd het contact met Stepney te verbreken.

Luigi Macaluso stuurde een korte reactie op de brief van Ron Dennis, waarin hij niet verder inhoudelijk in wilde gaan op de zaak, maar dat wat hem betreft het belangrijk is dat Ferrari de kans krijgt om haar verhaal te doen. Hij laat het trekken van inhoudelijke conclusies over aan het College van Beroep.

 


Dat zal dan naar alle waarschijnlijkheid gebeuren begin september, als de teams terug zijn van een kort zomerreces en alle partijen hun voorbereidingen hebben kunnen treffen. Het belooft er, met de felle uithalen die er nu al over en weer zijn, keihard aan toe te zullen gaan. McLaren heeft haar integriteit te verdedigen, Ferrari zoekt gerechtigheid voor de grote schade die de zaak het team in competitieve zin heeft berokkend.

De FIA zal in een afzonderlijke zaak bovendien Mike Coughlan en Nigel Stepney de gelegenheid geven om hun verhaal te doen. Het oordeel dat over hen geveld wordt, zal naar verwachting vlijmscherp zijn en beiden lopen de kans levenslang te worden verbannen van de circuits.

Dachten velen dat de spionagezaak na de hoorzitting van 26 juli teneinde zou zijn; niets blijkt minder waar. De uitspraak van het WSMC, dat uiterst terughoudend was in het verbinden van gevolgen voor het Wereldkampioenschap van 2007, heeft tot in alle geledingen van de Formule 1 stof doen opwaaien. Velen vinden het onbegrijpelijk dat er geen enkele straf is opgelegd, anderen zijn voorzichtiger in hun oordeel, maar iedereen is zich ervan bewust dat het hier gaat om meer dan alleen de zaak tussen Ferrari en McLaren. Het gaat hier om een zaak die het professionele gedrag van teamleden voor het voetlicht zet en het is aan het College van Beroep om daar binnen afzienbare tijd een oordeel over te vellen.

 

McLaren kwam er voorlopig zonder straf vanaf bij de hoorzitting van het World Motor Sport Council inzake het spionageschandaal.

 

 

 

 

De opluchting bij McLaren teambaas Ron Dennis was groot.

 

 

 

 

Voor Ferrari woonde Jean Todt de hoorzitting bij. Hij toonde zich na afloop furieus over de uitkomst.

 

 

 

 

Nigel Stepney tipte McLaren over de flexibele bodemplaat van Ferrari in Melbourne.

 

 

 

 

Ron Dennis ontkende betrokkenheid van andere McLaren medewerkers in de spionageaffaire.

 

 

 

 

FIA President Max Mosley had weinig andere keuze dan de eis van de Italiaanse autosportbond in te willigen.

 

 

 

 

Het WSMC was op 26 juli terughoudend om het Wereldkampioenschap vanachter de groene tafel te beInvloeden. het woord is nu aan het College van Beroep...