free web hosting | website hosting | Web Hosting | Free Website Submission | shopping cart | php hosting

 

DAWN OF A NEW DAY 

 

 

 

Technisch blijft veel bij het oude in het nieuwe seizoen, maar afgezien daarvan is het aanzien van 2007 bij voorbaat compleet anders dan dat van 2006. De belangrijkste reden daarvoor is natuurlijk de wisseling van de wacht bij de topteams: Michael Schumacher is gestopt, Kimi Räikkönen kwam naar Ferrari en Fernando Alonso neemt als wereldkampioen diens plaats in bij McLaren. Daarmee lijkt een nieuwe dag aan te breken met een hernieuwde tweestrijd...

 

 

 

Het was al voorafgaand aan de teampresentaties te verwachten dat deze winter een vergelijking centraal zou staan: reikhalzend werd uitgekeken naar het moment dat Kimi Räikkönen en Fernando Alonso voor het eerst in hun nieuwe tenues verschenen. Met het vertrek van Michael Schumacher als de jarenlange graadmeter voor de sport verschuift het accent dit seizoen naar de twee kemphanen die elkaar in 2005 al eens bevochten voor de wereldtitel. Destijds was het een opmerkelijke strijd; Alonso die in de eerste seizoenshelft een riante voorsprong opbouwde, maar McLaren vervolgens een vernietigende vorm aannam, waarbij alleen een reeks mechanische problemen Räikkönen uiteindelijk van de titel afhield.

Inmiddels is het twee jaar later en heeft de grote wisseling van de wacht zijn sporen nagelaten: Fernando Alonso koos in de herfst van het seizoen 2005 al voor een overgang naar McLaren in 2007 en Räikkönen gold mogelijk nog langer als de gedoodverfde opvolger van Michael Schumacher bij Ferrari. Het schreeuwt bijna om vergelijkingen, maar die zijn niet zo gemakkelijk te maken als op het eerste oog mag worden verondersteld. 

 

Zo is het Ferrari van Kimi Räikkönen aanmerkelijk anders dan het Ferrari dat Michael Schumacher aan het einde van 2006 verliet. De Scuderia heeft met het vertrek van Ross Brawn en Paolo Martinelli de organisatiestructuur stevig op de schop genomen, waardoor verschillende posten door andere mensen en op een andere manier worden ingevuld. Jean Todt neemt daarin, in ieder geval op papier, een bescheidener rol in. De Fransman heeft zijn handen vol aan zijn functie van Algemeen Directeur en zal steeds minder tijd hebben om alle Grands Prix vanaf de pitmuur te volgen. Zijn taken en die van Ross Brawn gedurende de weekends worden gedeeld door Luca Baldisseri en Stefano Domenicali. Beiden hebben al een lange periode achter de rug bij Ferrari in de schaduw van Brawn en Todt. Brawn's functie van Technisch Directeur wordt ingenomen door Mario Almondo en die zal klaarblijkelijk meer vanuit Maranello gestalte gaan krijgen. Almondo was eerder al General Manager bij de customer divisie van Ferrari en neemt nu de algehele technische verantwoordelijkheid op zich bij de 'Gestione Sportiva'.

Räikkönen zal ook met een andere hiërarchie binnen het team te maken krijgen dan die in het Schumacher tijdperk. Felipe Massa heeft inmiddels al een aantal jaren ervaring bij Ferrari en mag van het team op gelijke voet beginnen met zijn nieuwe teamgenoot. Räikkönen is en blijft niettemin het gedroomde wonderkind dat eenzelfde status binnen Ferrari zou kunnen verwerven, maar dat alleen op basis van klinkende resultaten; niet alleen ten opzichte van zijn teamgenoot, ook ten opzichte van de totale concurrentie. Uiteindelijk zijn het alleen overwinningen waardoor een coureur een reputatie van onaantastbaarheid kan opbouwen.

Dr Fin voegt zich bij het team dat 2006 als sterkste afsloot. Ferrari kwam weliswaar door technische problemen net tekort om Alonso en Renault beide titels afhandig te kunnen maken, maar het gemak waarmee het Italiaanse team sinds de zomer de overwinningen aaneen reeg, was veelzeggend. Het team begint bovendien met een voordeel op het bandenvlak. Ferrari heeft inmiddels acht jaar samenwerking met Bridgestone achter zich en is volledig ingespeeld op de werkwijzen van de Japanners. Het is ook niet ondenkbaar dat het team al eerder dan andere teams beschikte over de karakteristieken van de nieuwe Bridgestone 'control tyre' en daardoor hun auto beter op de nieuwe situatie konden afstemmen.

 

Fernando Alonso arriveert op zijn beurt als wereldkampioen in een team dat die luxe positie niet heeft en in 2006 zelfs geheel zonder overwinning bleef. McLaren kon na een sterk 2005 niet aanhaken in de strijd om de wereldtitel; deels vanwege het leergeld dat Mercedes moest betalen bij de door hen zwaar bestreden overstap van de V10 naar de V8, maar ook omdat de MP4-21 wederom zo extreem was vormgegeven dat dat ten koste ging van de handling voor de coureurs. Het is een interessant gegeven dat Alonso de beslissing van zijn overstap al aan het einde van 2005 maakte.

Destijds was McLaren de dominante strijdmacht, had hij in Brazilië op het nippertje zijn wereldtitel veiliggesteld, maar was ondertussen ook de twijfel toegeslagen over zijn toekomst bij Renault. Het team had technisch haar meerdere moeten erkennen in het team uit Woking en bovendien hing er een groot vraagteken boven de toewijding van Renault aan de Formule 1. CEO Carlos Ghosn stond bekend als een rigoureuze cost cutter en niet bepaald een fan van het geld verslindende spelletje autosport. De Argentijn moest er echt van worden overtuigd dat Renault F1 wel degelijk een bijdrage kon leveren aan de uitstraling van het merk, maar ten tijde van het behalen van Alonso's eerste wereldtitel was de afloop daarvan nog maar zeer onzeker.

Het was bij toeval dat hij voor de podiumceremonie van Interlagos in gesprek raakte met Ron Dennis, die hem na een compliment over zijn auto op de man afvroeg of hij deel uit wilde maken van de McLaren familie. Toen Alonso daar ronduit 'ja' op antwoordde, werd een week later in Japan in het diepste geheim snel zaken gedaan. Kort voor Kerst zou de wereld zich verbazen over de deal, temeer omdat Alonso nog een heel jaar voor de boeg had bij Renault. Iets wat in het slechtste scenario zijn status binnen het team had kunnen aantasten.

Renault behield ondanks de transitie naar V8-motoren echter het momentum en Alonso liet er weinig twijfel over bestaan dat het team het beste al haar middelen achter hem moest scharen als ze een serieuze greep naar de titel wilde doen. Het prolongeren van zijn wereldtitel in 2006 was, zo zegt Alonso achteraf, meer dan hij had verwacht. Tegelijkertijd was er opnieuw de tendens dat Renault gedurende het seizoen aan vorm moest inleveren ten opzichte van de naaste concurrentie. Weliswaar mede door een besluit vanachter de groene tafel om de massadempers te verbieden, maar anderzijds spraken de feiten voor zich dat Alonso na de Grand Prix van Canada eind juni nog maar één overwinning behaalde en dat was de Grand Prix van Japan na het uitvallen van Michael Schumacher...

De Spaanse wereldkampioen krijgt bij McLaren het veelbelovende, maar onervaren talent Lewis Hamilton naast zich. Hoewel die in de GP2 serie een verpletterende indruk maakte, lijkt de tweevoudig wereldkampioen op basis van zijn ervaring voorlopig nog weinig te duchten te hebben van de jonge Engelsman. Hamilton is een belofte voor de toekomst en de reden dat hij al in 2007 debuteert bij het team is, omdat McLaren na zijn kampioenschap in GP2 niet meer om hem heen kon. Hamilton was gretig en wilde debuteren. Bij het negeren van die wens had Ron Dennis zijn pupil aan een ander team kunnen verliezen.

Alonso is dus de onomstreden nummer 1 binnen McLaren in 2007 en het team zal prat gaan op de feedback van de Spaanse wereldkampioen om de auto verder te verbeteren. Boze tongen beweren dat die feedback de laatste jaren niet van een overweldigende kwaliteit was. Juan Pablo Montoya en Pedro De la Rosa stonden niet te boek als zeer technisch begaafde coureurs en Räikkönen zou volgens sommigen maar beperkt interesse hebben in het eigenhandig doorontwikkelen van een auto. In ieder geval was de motivatie van de Fin in 2006 bij McLaren zichtbaar tanende. De lange reeks van teleurstellingen, de forse achterstand op Renault en Ferrari en zijn aanstaande vertrek waren daar aanwijsbare redenen voor. 

De structuur binnen McLaren blijft dit jaar relatief stabiel na het vertrek van een aantal belangrijke kopstukken van de ontwerpafdeling. Nicolas Tombazis (naar Ferrari) en Peter Prodromou (Red Bull Racing) volgden Adrian Newey naar de uitgang van het Paragon. Het team was daardoor voor het ontwerp van de MP4-22 nog meer aangewezen op Mike Coughlan en veteraan Neil Oatley. Een voordeel is dat die de opvolger is van de MP4-21 die ook al volledig onder hun verantwoordelijkheid tot stand kwam. Gezien het feit dat het team voor duidelijk voor evolutie heeft gekozen, zou er in 2007 met het herstellen van gemaakte fouten flinke progressie moeten worden geboekt.

Bij Ferrari is de F2007 het derde ontwerp van Aldo Costa en eveneens een voortzetting van de ingeslagen weg met de 248 F1 van 2006. Costa staat nog altijd veelvuldig in contact met zijn leermeester, Rory Byrne, die verantwoordelijk was voor alle auto's waarmee Michael Schumacher wereldtitels behaalde. Byrne heeft een part-time functie als adviseur en biedt zo de nodige ondersteuning in de veranderende technische organisatie.

 

Beide coureurs lijken goed te passen bij hun nieuwe teams. De situaties bij beide teams zijn dus aanzienlijk anders dan in 2006 en beide hebben zo hun eigen werkwijze en bedrijfsethiek.  Alonso komt bij McLaren in een strakker ingerichte omgeving dan hij gewend was bij Renault. McLaren hanteert op alle gebieden strikte procedures en schroomt ook niet haar coureurs, ongeacht hun status of palmares, daaraan onderhevig te maken. Räikkönen komt daarentegen bij Ferrari in een team dat, zoals hij zelf stelt, meer aanvoelt als een warme familie. In ieder geval wordt de organisatie gedreven door een grenzeloze passie voor Ferrari bij al haar medewerkers. In dat opzicht is de Scuderia anders dan welk ander team ook.

Veel zal afhangen van de manier waarop de nieuwe samenwerking tussen het team en de coureur gestalte krijgt. Beide coureurs toonden zich optimistisch dat ze snel hun draai zullen vinden in hun nieuwe team: "Een nieuw team biedt altijd iets extra's en geeft je nieuwe motivatie", zegt Alonso, "Alles is compleet nieuw; je leert nieuwe dingen en nieuwe benaderingen. Het geeft extra uitdaging en inspiratie. Ik zal op mijn beurt proberen met mijn vijf, zes jaar ervaring iets terug te geven aan het team en de combinatie van de twee kan een sterk pakket en een heel goede relatie opleveren voor de komende jaren".

Kimi Räikkönen was de laatste jaren duidelijk niet gelukkig met de strikte voorschriften die McLaren oplegt aan haar rijders. Vooral het feit dat het team invloed wilde uitoefenen op zijn levenswijze viel bij de Fin niet in goede aarde. Kimi staat erom bekend dat hij in zijn vrije tijd van een goed feestje houdt. Het is ook bekend dat Ron Dennis hem naar aanleiding van een incident in Finland stevig heeft aangepakt en hem te verstaan gaf dat het team een professionelere houding van hem verwachtte. Räikkönen noemde Dennis in deze context onlangs - kort na zijn overstap naar Ferrari - een 'control freak'. 

Bij Ferrari komt Räikkönen in een team dat hem aanzienlijk vrijer zal laten. Ook Ferrari stelde graag te zien dat 'áls Kimi met zijn maten de bloemetjes buiten zet, het team liever ziet dat hij dat discreet doet'. Zolang het maar niet in de boulevardpers terechtkomt, kan men er niet mee zitten. Ferrari is een team dat alles in dienst stelt van het resultaat; al het andere is niet relevant. Voor de coureurs is hun belangrijkste taak maximaal presteren op het circuit. Ferrari zorgt ervoor dat ze zich op die taak kunnen concentreren en verwacht hen alleen op gezette tijden bij pers- en sponsorbijeenkomsten. Bij McLaren was dat toch wat anders; het team heeft veel contractuele ambassadeurschappen in het verschiet voor haar coureurs, die daar naast de races en tests een aanzienlijke taak aan hebben. Het past bij de no-nonsens benadering van Räikkönen, die ronduit toegeeft alleen geïnteresseerd te zijn in zo snel mogelijk ronden rijden. 

Fernando Alonso staat van de twee te boek als de meer analytisch ingestelde coureur en hij vindt bij McLaren een organisatie die daar goed bij aansluit. Eerder vonden coureurs als Niki Lauda, Alain Prost en Ayrton Senna de werkwijze bij McLaren een verademing ten opzichte van de meer ad hoc benaderingen van andere teams. Alonso past in dat rijtje namen en is een coureur die zich prettig voelt bij een gestructureerde aanpak. Het is een benadering die alleen werkt als zowel de coureur als het team er volledig aan is toegewijd en dat is de laatste jaren bij McLaren wel anders geweest.

Alonso heeft waarschijnlijk ook minder problemen met de strakke richtlijnen bij McLaren. Als iets de jonge Spanjaard typeert, dan is het de enorme discipline die hij al vanaf zijn debuut bij Minardi aan de dag heeft gelegd. Zijn carrière staat centraal in zijn leven en al het andere maakt hij daaraan ondergeschikt. Alonso is dag in dag uit bezig met zijn taak als coureur en erop gebrand om met het team het maximale eruit te halen. Hij is een teamspeler en betrekt zijn team in interviews altijd in het behaalde resultaat. Dat het een teamprestatie is die wordt behaald, wordt door sommige coureurs nog wel eens vergeten. Maar het belang van het motiveren van een team heeft zich de laatste jaren, met het voorbeeld van Alonso en Michael Schumacher, duidelijker laten optekenen dan ooit. Zowel Ferrari als Renault gingen door moeilijke momenten, maar toonden een opvallende veerkracht. En dat is niet in de laatste plaats door de eenheid van de coureur en het team.

 

Beide coureurs treffen bij hun nieuwe teams een nalatenschap aan van hun voorgangers. Bij Ferrari is die situatie het duidelijkst: Räikkönen is daar de opvolger van Michael Schumacher en de verwachtingen bij de fans zijn daarom torenhoog. Räikkönen is zich bewust van de vergelijking die voor de hand ligt met zijn voorganger, Michael Schumacher, maar de Fin is er niet van onder de indruk: "Ik ben geen Michael Schumacher en dat verwacht het team ook niet van mij. Ik zal op een andere manier werken. We moeten samen de beste manier vinden om samen te werken en daar heb ik helemaal geen problemen mee”. Räikkönen toonde zich tevreden over zijn toetreding tot het legendarische Italiaanse team: “Tot nu toe is het allemaal heel prettig en goed verlopen. Het is veel gemakkelijker om met dit team te werken dan met elk ander team waar ik tot nu toe in de Formule 1 voor heb gereden. Mensen zeiden dat het moeilijk zou worden, maar tot nu toe was het precies het tegenovergestelde”.

Alonso treft bij McLaren een team aan dat de afgelopen seizoenen veel teleurstellingen heeft moeten verwerken en ondanks de beste intenties en een van de meest innovatieve concepten, steeds naast de hoofdprijzen greep. Zijn komst zorgt daar voor een enorme impuls en daar is de Spaanse wereldkampioen zich duidelijk van bewust. Een belangrijk voordeel voor hen was dat de Spanjaard van Renault aan het einde van 2006 al een dag mocht testen met de McLaren MP4-21. McLaren kreeg daardoor nog voor de kerst een indruk van de rijstijl van de Spanjaard en de gevolgen die dat heeft voor de setup van de McLaren. Räikkönen daarentegen testte pas op 21 januari voor het eerst een Ferrari. Tot die tijd hebben Felipe Massa en Luca Badoer de testwerkzaamheden voor hun rekening genomen. McLaren heeft dus de gelegenheid gehad om de data van Alonso op het nippertje nog te verwerken in de details van de MP4-22. Dat in tegenstelling tot Ferrari, dat voor de start van het seizoen nog maar weinig tijd rest om de F2007 af te stemmen op de wensen van de Fin.

 

Vast staat dat beide coureurs beschikken over een uitzonderlijk talent. Wat hen onderscheidt van andere coureurs is dat ze in staat zijn om constant te presteren en zelfs wanneer de auto verre van perfect is, toch dat beetje extra te geven waardoor het team toch op het podium belandt. Daarbij weten ze dat hun nieuwe teams hun hoop op hen hebben gevestigd. Zowel Ferrari als McLaren is zeer gelukkig met de nieuwe aanwinst en beide teams hebben de middelen tot hun beschikking om samen met de coureur het allerhoogste in de sport te bereiken. 

2007 brengt de eerste krachtmeting tussen twee nieuwe combinaties die de sport naar alle waarschijnlijkheid tot in het nieuwe decennium zullen beheersen. Voor de coureurs breekt een belangrijke nieuwe fase in hun carrière aan. Räikkönen zal zich bij Ferrari in korte tijd moeten bewijzen en aantonen dat hij tot het selecte gezelschap van wereldkampioenen behoort. Alonso kan zich na twee wereldtitels bij Renault onsterfelijk maken als hij dit seizoen een derde titel pakt met McLaren. Alleen Juan Manuel Fangio lukte het tot nu toe om drie titels op rij te behalen met verschillende teams. Maar zelfs als de combinaties niet vanaf het eerste uur de overwinningen aaneen rijgen, hebben beide teams alle ingrediënten in huis om van de nieuwe combinatie een succes te maken.

 

 

Een nieuwe dag breekt aan: 2007 markeert een wisseling van de wacht bij de topteams.

 

 

 

 

Fernando Alonso en Kimi Räikkönen lijken op voorhand de hoofdrollen voor zich op te eisen in het seizoen 2007.

 

 

 

 

Räikkönen voegt zich bij het team dat 2006 als sterkste afsloot.

 

 

 

 

Alonso komt als wereldkampioen naar McLaren, maar dat team haalde in 2006 geen enkele overwinning.

 

 

 

 

Het stond al vanaf 2005 vast: Alonso tekende bij McLaren; Räikkönen werd genoemd bij Ferrari.

 

 

 

 

Alonso begint als de onomstreden nummer 1 bij McLaren. Lewis Hamilton is de belofte voor de toekomst.

 

 

 

 

Räikkönen krijgt bij Ferrari Felipe Massa naast zich, die al een aantal jaren ervaring heeft binnen het team.

 

 

 

 

Räikkönen was bij McLaren niet gelukkig met de strenge richtlijnen voor de rijders. Hij kan zich bij Ferrari echt op het racen concentreren.

 

 

 

 

Alonso zal waarschijnlijk minder moeite hebben met de gang van zaken bij McLaren.

 

 

 

 

 

Räikkönen moet als vervanger van Schumacher omgaan met hoge verwachtingen. Luca Badoer blijft als testrijder.

 

 

 

 

 

Bij McLaren zorgen Gary Paffett en Pedro de la Rosa als testrijders voor continuïteit.