www.f1-planet.com - Special: Machtsstrijd In Maranello

 

MACHTSSTRIJD IN MARANELLO 

 

 

 

Het rommelt in Maranello. Waar het team voor het publieke oog zegevierde in de Grand Prix van China, vindt achter de schermen een keiharde strijd plaats met als inzet de toekomst van de Scuderia Ferrari. De hoofdrolspelers: Luca di Montezemolo en Jean Todt. Jarenlang stonden zij garant voor een lange succesreeks, maar inmiddels lijkt dat alweer lang geleden.

 

 

 

Het was een oplettende journalist die in de namiddag op Spa-Francorchamps Felipe Massa en diens manager Nicolas Todt met enige haast en voorzichtigheid zag begeven naar de hospitality unit van Toyota. Een opmerkelijk tafereel dat met verbazing werd gade geslagen, want moest de Braziliaan niet zeker geacht worden van zijn positie bij Ferrari? Massa zelf zou zijn bezoek aan Toyota uiteindelijk in alle toonaarden ontkennen, maar de ontdekking wierp een onverwacht licht op een situatie die zich achter de schermen meer en meer ontpopt tot machiavelliaanse proporties: de strijd tussen Jean Todt en Luca di Montezemolo om de macht binnen Ferrari.

Er is niets teveel gezegd als je stelt dat Ferrari in de afgelopen twaalf maanden weinig stabiliteit werd gegund. Het team maakte de transitie door naar een nieuwe organisatie, die het vertrek van Ross Brawn, Paulo Martinelli en Michael Schumacher moest ondervangen en vervolgens werd ze het lijdend voorwerp in het spionageschandaal, dat de sport de afgelopen maanden in volledig in haar ban had. Er veranderde veel in die twaalf maanden: Mario Almondo nam het roer over als Technisch Directeur, Stefano Domenicali en Luca Balidisseri namen de senior functies in aan de pitmuur en Gilles Simon kreeg de leiding over de motorenafdeling.

De enige stabiele factor in dat geheel was Jean Todt. De Fransman bleef aan als eindverantwoordelijke en directeur van Ferrari SpA. In die functie had hij de Scuderia in het Schumacher-tijdperk naar ongekende hoogten geleid en van het eens zo chaotische team een uitgebalanceerde eenheid gemaakt. Zijn rol in de wederopstanding stond nooit ter discussie en gaandeweg zouden zijn taken die van het raceteam overstijgen. In 2004 werd hij ook Algemeen Directeur van Ferrari en daarmee de op een na belangrijkste man, achter Luca di Montezemolo.

Het was Di Montezemolo die Todt in 1993 naar Ferrari haalde. De band tussen beide was er altijd een van wederzijds respect. De rangorde was duidelijk en beide waren onvoorwaardelijk toegewijd aan Ferrari. De keuze voor Michael Schumacher was er destijds een die weinig discussie opleverde, maar de opvolging van de zevenvoudig wereldkampioen zorgde wel voor een meningsverschil: waar Di Montezemolo na elf seizoenen met Michael Schumacher als onbetwiste leider het vizier op de toekomst wilde richten met Kimi Raikkonen, was Todt degene die Schumacher het liefst nog een seizoen langer aanhield. Iets waar de Duitser zelf ook niet onwelwillend tegenover stond.

De kwestie zorgde vorig jaar voor een behoorlijke frictie op het topniveau binnen het team, want daar waar Todt en Schumacher tot diep in 2006 de opties doornamen, had Di Montezemolo al in het diepste geheim in 2005 al een overeenkomst gesloten met Raikkonen. De komst van de Fin in 2007 was daardoor een gegeven op het moment dat Schumacher een besluit moest nemen over zijn toekomst. Het liefst zou die nog een seizoen door zijn gegaan met Felipe Massa aan zijn zijde, maar halverwege 2006 drong het door dat dat uitgesloten was.

De verbolgenheid bij Todt was er met name over het feit dat hij zo lang ‘out of the loop’ was gehouden over de komst van Raikkonen. Binnen Ferrari is Todt een man van totale controle en juist het feit dat dit buiten zijn blikveld was gebleven, verweet hij zichzelf wellicht nog meer dan Di Montezemolo. Een en ander zorgde wel voor een grote spanning aan het einde van het seizoen 2006. Binnen de kring rondom Todt heerste de opvatting dat Schumacher werd gedwongen tot stoppen door de beslissing om Raikkonen in te lijven. In tegenstelling tot Irvine, Barrichello en Massa zou Raikkonen immers nooit in dienst van de Duitser rijden. Niemand zou de intrige echter durven lekken, want daarvoor reikte de invloed van de President te ver.

Todt bleef ondanks het voorval aan. Todt en Di Montezemolo waren tot elkaar veroordeeld. Todt had een sterke positie en veel loyaliteit binnen het team en was de leider die Di Montezemolo in de overgangsfase maar al te hard nodig had. Di Montezemolo was en is op zijn beurt de politieke voorvechter van Ferrari binnen het FIAT-concern, waar hij de scepter zwaait. Door zijn toedoen bleef Ferrari een zelfstandige dochter en werden plannen voor een verkoop van de meerderheid van de aandelen in de kiem gesmoord.

 

De overtuiging van beide heren dat zij het best denkbare uitgangspunt voor de toekomst van Ferrari moeten realiseren bracht hen dit seizoen, precies een jaar na de strubbelingen in de zomer van 2006, opnieuw in conflict. De spionagezaak heeft binnen de muren van Maranello zoals te verwachten was voor grote spanning gezorgd. Met name de beveiliging van documenten en de vraag of en hoe het lekken van informatie door Nigel Stepney voorkomen had kunnen worden zorgde voor wrevel op topniveau. Di Montezemolo was aanvankelijk furieus, maar zag in dat niemand dit had kunnen verwachten. Niettemin deed het de band met Todt geen goed, omdat die in zijn ogen nog altijd de eindverantwoordelijkheid droeg.

Het vuurtje werd nog eens extra aangewakkerd toen de rol van Fernando Alonso in het bekend worden van de McLaren e-mails duidelijk werd. De Spanjaard leek meer en meer af te stevenen op een breuk met zijn team en zou daardoor mogelijk eerder dan gepland beschikbaar komen. Dat wekte de interesse van Luca di Montezemolo, die eerder al had laten weten dat de deuren van Maranello open stonden voor de komst van Alonso als diens contract bij McLaren zou aflopen in 2009. De Ferrari-president zou daarop contact hebben gezocht met Alonso’s manager, Luis Garcia om de status van de tweevoudig wereldkampioen te bespreken. Mocht Alonso eerder vrijkomen, dan wilde Di Montezemolo er serieus werk van maken om de Spanjaard in te lijven.

Dat laatste was tegen het zere been van Jean Todt. De komst van Alonso zou betekenen dat Felipe Massa, die gemanaged wordt door Todt’s zoon Nicolas, Ferrari zou moeten verlaten. De Fransman had zich bovendien eens laten ontvallen dat ‘zolang hij aan het roer stond bij Ferrari, Alonso niet voor de Scuderia zou rijden’. Die animositeit komt natuurlijk voort uit de felle strijd van de afgelopen jaren was, waarbij Alonso Ferrari's voornaamste tegenstander was, maar dateert feitelijk van veel langer geleden: nog voor Alonso zijn eerste meters in competitie zou rijden in de Formule 1.

De eerste Formule 1-test van Fernando Alonso was in een Minardi op een nat Jerez op 13 december 1999. Daar viel het talent van de Spanjaard direct op. Hij deed nauwelijks onder voor Rubens Barrichello, die in die zich in die periode zojuist bij Ferrari had gevoegd. Het talent was zo duidelijk dat Ferrari de Spanjaard in de loop van 2000 een contract aanbood en hem een ontwikkelingstraject uitstippelde, waarbij hij via een debuut bij Prost Grand Prix uiteindelijk voor de Scuderia zou uitkomen. Er was echter nog een kaper op de kust: Flavio Briatore bood de Spanjaard een lange termijncontract aan bij Renault en zou hem in 2001 onderbrengen bij Minardi. Alonso, zich bewust van de sterke positie die Michael Schumacher had opgebouwd bij Ferrari, koos voor het laatste, maar dat zou Jean Todt, die Alonso zijn eerste kans gaf, hem feitelijk nooit helemaal vergeven. De rol die Alonso speelde in het spionageschandaal zette een en ander nog verder op scherp.

Dat een eventuele bliksemtransfer van Alonso op voorspraak van Di Montezemolo bovendien ten koste zou gaan van de goed presterende Massa, weigerde Todt te accepteren. Die wist echter ook dat de Ferrari-president uiteindelijk altijd het laatste woord zal hebben en kwam in de media in de afgelopen week bewust terug op het onstane beeld dat hij Alonso niet in het team zou dulden: “Het gerucht dat ik Alonso niet in het team zou willen is nergens op gebaseerd. Het is echt onzin”. Todt zei echter wel dat de kans dat Alonso volgend jaar in een Ferrari rijdt absoluut nul is: “Nee, nul procent, absoluut nul procent. We zijn blij met onze rijders, Kimi en Felipe en zij hebben een contract”.

Inmiddels nemen de geruchten toe dat, ongeacht de komst van Alonso, de positie van Todt onder druk zou staan. Di Montezemolo zou voormalig Technisch Directeur Ross Brawn willen aanstellen als teambaas en daarmee zouden de dagen van Todt bij het team geteld zijn. Een situatie die direct van invloed zou zijn op de positie van Felipe Massa in het team, omdat de familieband tussen zijn manager en zijn huidige teambaas hem dan niet langer uit de wind houdt. Het gesprek van Massa en Todt Jr met Toyota  zou zich dus hebben gericht op het verkennen van de mogelijkheden op de lange termijn. En mocht een vertrek van Jean Todt bij Ferrari inderdaad aanstaande zijn, dan zou een overstap naar Toyota van Todt Sr. wellicht ook tot de mogelijkheden behoren. Todt zei tegenover de Italiaanse pers namelijk nog niet van plan te zijn om te stoppen, maar erkende ook dat hij zijn lot niet helemaal in eigen hand heeft:

“Ik kan niet mijn hele leven in de Formule 1 blijven, maar waarom niet nog de komende vijf jaar? Ik stop als ik me daar goed bij voel, wat een privilege is, want als ik zou willen, zou ik nu al kunnen stoppen en kan een leven gaan leiden met de mensen waar ik van houd.  

Maar wat betreft Ferrari…Ferrari is niet van mij. Ferrari is van FIAT en er is een president, Di Montezemolo, dus zo’n belangrijk besluit zal ik nooit zelf maken. Ik kan wel mijn mening geven en die heeft waarschijnlijk wel wat invloed op de uitkomst”.

Gezien het feit dat er van de toekomstplannen van Ross Brawn nog altijd geen berichten zijn, maar de voormalig Technisch Directeur wel voor Ferrari aanwezig was in Parijs bij de World Council zitting tegen McLaren moet als veelzeggend worden gezien. Brawn lijkt inderdaad te zullen terugkeren naar Ferrari. Zelf maakte hij er eerder geen geheim van dat dat wat hem betreft alleen in de positie van teambaas zou zijn.

De kans lijkt klein dat Alonso in 2008 naar Ferrari komt. De Spanjaard is uiterst secuur in het afwegen van zijn opties, maar afgezien van McLaren en Ferrari zijn er niet veel teams die hem een directe kans op de wereldtitel kunnen bieden. Alonso zelf is ook altijd uiterst kritisch geweest over Ferrari en heeft diverse keren aangegeven zich niet in de kleuren van het team uit Maranello te zien. Een hereniging met Flavio Briatore en Renault lijkt vooralsnog een grotere waarschijnlijkheid, maar ook dat team lijkt haar ‘winning touch’ definitief te zijn verloren. Alonso verliet het team destijds juist omdat hij twijfelde aan de competitiviteit op lange termijn en daarin kreeg hij uiteindelijk gelijk. Aan een tussenjaar, een sabattical, zei de Spanjaard expliciet geen behoefte te hebben.

Voor de line-up van de Scuderia lijkt het machtsspel op haar hoogste managementniveau geen directe gevolgen te hebben, maar niettemin zal het team ongetwijfeld de gevolgen gaan ondervinden bij een vertrek van Todt. Zijn invloed is altijd een sleutel geweest in de vele successen die Ferrari in het afgelopen decennium boekte en hoezeer Ross Brawn ook de ervaring en aansluiting heeft in het team, er lijken opnieuw onzekere en vooral weinig stabiele tijden aan te breken voor het Italiaanse raspaard en dat komt de uiteindelijke prestaties in ieder geval op de korte termijn niet ten goede.

 

 

Een strijd om de macht: Di Montezemolo zou Jean Todt willen vervangen aan het hoofd van de Scuderia.

 

 

 

 

Todt was na het vertrek van Brawn, Martinelli en Schumacher een van de weinige stabiele factoren in het team.

 

 

 

 

Di Montezemolo sloot in het diepste geheim een overeenkomst met Räikkönen voor 2007.

 

 

 

 

Di Montezemolo was aanvankelijk furieus over het lekken van informatie aan McLaren.

 

 

 

 

Een nieuw hangijzer is de discussie over de eventuele komst van Alonso naar het team.

 

 

 

 

Na zijn eerste test bij Minardi in 1999 kon Alonso een contract tekenen bij Ferrari. Hij koos voor Renault.

 

 

 

 

Voormalig Technisch Directeur Ross Brawn zou in beeld zijn als Todt's opvolger.

 

 

 

 

Felipe Massa lijkt vooralsnog niet te hoeven vrezen voor zijn plek, maar een vertrek van Todt Sr. doet zijn positie zeker geen goed.

 

 

         
 

VAN ALLE TIJDEN...

Het is niets nieuws dat politiek momenteel hoogtij voert bij Ferrari. Het team is eigenlijk al vanaf het aller eerste begin een krachtenveld van verschillende persoonlijke en sportieve belangen geweest. Al vanaf het prille begin toen Enzo Ferrari eind jaren '40 zijn eigen renstal begon, heeft het team vele politieke affaires en schandalen gekend. In de jaren dat de Commendatore zelf nog aan het roer stond, was het het management er alles aan gelegen om de grote baas tevreden te stellen. Ferrari's typerende, grillige beleid ten aanzien van zijn personeel maakte dat teammanagement bereid was om ver te gaan om de zaken zo goed mogelijk te weerspiegelen. Daarbij moesten ze een gouden regel altijd in het oog houden: de wil van Enzo Ferrari was altijd wet.

Werd er niet gepresteerd, dan was dat een onbetwist brevet van onvermogen voor het zittende management en dat werd dan prompt vervangen. In latere tijden werd het team, onder Luca di Montezemolo en Mauro Forghieri iets meer stabiliteit gegund, maar eenmaal na hun vertrek volgden er in de loop van de jaren '80 in korte tijd weer een groot aantal machtswisselingen.

Het mandaat kwam na de dood van Enzo Ferrari in 1990 te liggen bij Di Montezemolo, nu als President. Aan hem was de zware taak om het eens zo roemruchte team weer echt een nieuw elan te geven. Na enkele teleurstellende jaren werd met Jean Todt aan het roer, de Fransman afkomstig uit de rallysport, werd dat langzaam maar zeker realiteit.

In het winterseizoen volgt in het kader van het 60-jarige bestaan van Ferrari een uitgebreid historisch perspectief.