www.f1-planet.com - Special: Trial And Error

 

TRIAL AND ERROR 

 

 

 

Iedereen is het er wel over eens dat 2007 wel genoeg procedures en hoorzittingen heeft gekend in de Formule 1. Toch moest de azijnbeker helemaal leeg en was er op de valreep van het jaar nog een hoorzitting. En niet de minste, want in het kielzog van McLaren werd ook nu Renault officieel spionage ten laste gelegd.

Een zaak die in veel gelijkenis vertoonde met die van Toyota een paar jaar geleden, maar een aanzienlijk mildere behandeling kreeg.

 

 

 

Flavio Briatore was op vrijdagmiddag van 7 december een gelukkig man. Toen was er de uitspraak van het World Motor Sport Council, die Renault onbestraft liet in de tweede spionage-affaire die dit jaar aan het licht kwam. Evenals McLaren een aantal maanden eerder werd Renault spionage ten laste gelegd. De spionageaffaire rond Ferrari en McLaren had de aandacht gevestigd op het lekken van gevoelige ontwerpdetails. Nog ten tijde van het spionageproces tegen McLaren werd duidelijk dat ook Renault in dat opzicht geen schone handen had.

Medio september werd bij Renault duidelijk dat ex-McLaren medewerker Phil Mackereth elf diskettes met ontwerpdetails van McLaren had meegenomen naar de Renault fabriek in Enstone en deze actief heeft gebruikt en getoond aan ten minste dertien collega’s. Daarnaast had hij tekeningen in zijn bezit die onder meer de details van McLarens J-damper, een variant op de massademper, bevatten. Toen het teammanagement hiervan lucht kreeg en de mogelijke gevolgen inzag, besloot Renault open kaart te spelen met de FIA en McLaren. De FIA lanceerde daarop een onafhankelijk onderzoek, dat de betrokken medewerkers ondervraagde. Mackereth was op dat moment al geschorst door Renault.

 

Op donderdag 6 december moest Renault verschijnen voor het World Motor Sport Council (WMSC). De jurisprudentie die er inmiddels was sinds ‘Stepneygate’ bood vooraf weinig optimistische vooruitzichten. McLaren kreeg nadat was aangetoond dat zelfs de coureurs betrokken waren bij de informatiestroom die er vanuit Maranello naar McLaren was, een boete opgelegd van $100 miljoen en zou uit het Constructeurskampioenschap worden gezet. Het zou echter anders lopen.

Renault ontkende, evenals McLaren in haar geval, dat het team ook echt gebruik had gemaakt van de informatie die Mackereth van McLaren had meegenomen. Renault was zelf de uitvinder van de massademper en die was ten tijde van de komst van Mackereth in 2006 inmiddels verboden door de FIA. McLaren eiste echter wel vervolging van het team. Ze claimde dat de diskettes die door Mackereth waren meegenomen zo’n 780 pagina’s aan ontwerpmateriaal bevatten. Mackereth zou de inhoud van de diskettes hebben geupload naar zijn persoonlijke mappen op de T-schijf van Renault F1 in Enstone.

De FIA behandelde de zaak grondig, maar kon inderdaad niet onomwonden aantonen dat Renault daadwerkelijk de informatie die door Mackereth was meegenomen had gebruikt in haar ontwerpen. Renault werd schuldig geacht aan het schenden van Artikel 151c van de Internationale Sporting Code, maar daaraan werden andermaal geen straffen verbonden. Renault kwam met de schrik vrij.

De FIA stelt in haar verklaring dat een belangrijke overweging in haar besluit was dat er in het geval van Renault geen sprake was van een 'live' stroom van informatie, zoals die er wel was in Stepney-gate, maar dat het een overstap van een werknemer betrof die aan de basis stond van de affaire. De FIA stelt bovendien dat slechts 15% van datgene wat Mackereth had meegenomen naar Renault echt informatie was die toebehoorde aan McLaren. De teams zouden in onderling overleg zorg dragen voor de teruggave van de informatie aan McLaren en een verwijdering ervan bij Renault. De belangrijkste conclusie was dat er onvoldoende bewijs was dat het kampioenschap zou zijn beïnvloed door deze zaak.

 

Het was een opmerkelijke conclusie. De parallel met het eerste treffen tussen het WMSC en McLaren in de Stepneygate-affaire was duidelijk: ook toen verbond het World Council geen straffen aan het schenden van de belangen van de competitie en de sport als geheel. Echter, destijds was niet vastgesteld dat er meer medewerkers in aanraking waren gekomen met de ontwerpinformatie dan alleen hoofdontwerper Mike Coughlan. In het geval van Renault was hier op basis van verklaringen die waren afgelegd door de betrokken Renault-medewerkers wel degelijk sprake.

Daarnaast zag de FIA er zelfs van af om de R28 voor 2008 aan een uitgebreid onderzoek te onderwerpen. Als Renault de McLaren-informatie wilde gebruiken, dan is het aannemelijk dat die terugkomt in het nieuwe ontwerp voor 2008. Een dergelijk onderzoek had de FIA eerder wel ingesteld bij McLaren, dat daardoor pas in februari groen licht zou krijgen voor het inzetten van haar nieuwe bolide.

Ten slotte sprak het niet in het voordeel van de FIA dat ze bovendien weigerde om transcripts te publiceren van de behandeling van de zaak. Iets wat normaal tot de standaard procedures behoort. Het blijft daardoor onduidelijk hoe de FIA precies tot haar conclusies is gekomen.

Het gebeurde stuitte op verbazing en verbijstering bij andere betrokkenen in de sport. Diverse media uitten zich uiterst kritisch. Onder hen ook de Sunday Times, waar ex-Formule 1 coureur Martin Brundle een kritische column schreef. Brundle stelde dat de FIA met twee maten meet. In plaats van een serieuze behandeling zou de FIA de spionageaffaires het liefst zo snel mogelijk onder het tapijt vegen.De FIA ging daarop in de tegenaanval en zei juridische stappen te zullen ondernemen.

De FIA heeft echter de schijn tegen. Naast de spionageaffaire van McLaren, die het verst in het geheugen ligt, is er namelijk nog een zaak die wellicht nog meer gelijkenissen vertoont met de spionage van Renault: de affaire waarbij Toyota-medewerkers strafrechterlijk werden vervolgd voor het meenemen van Ferrari-ontwerpen naar het Japanse team. Gedetailleerde informatie die, zo zou Toyota uiteindelijk toegeven, was geïntegreerd in haar ontwerpprogramma.

De Toyota-medewerkers werden destijds hard aangepakt. Er waren tal van huiszoekingen en verhoren en begin dit jaar volgden gevangenisstraffen. Ook Toyota’s management was lange tijd in officiële staat van beschuldiging, maar zou uiteindelijk worden vrijgesproken. De FIA had zich destijds niet gemengd in de zaak. Ferrari had meteen strafrechterlijke procedures laten instellen, waardoor de FIA geen bevoegdheid had om zelf een grondig onderzoek in te stellen. Het feit echter dat bedrijfsspionage door het kantongerecht wordt bestraft met gevangenisstraffen aan individuele teamleden, terwijl de FIA in een soortgelijke zaak geen enkele straf oplegt, blijft nauwelijks te bevatten.

Het is uiteraard wel te begrijpen dat de FIA de spionagezaken liefst zo snel mogelijk afsluit. De zaken hebben het imago van de Formule 1 en de betrokken teams geen goed gedaan en daarbij bestaat er de vrees dat bestraffingen ertoe zullen leiden dat er nog meer zaken aan het licht komen. Het is onwaarschijnlijk dat deze zaak uniek is. Door de gehele F1-wereld zullen teams en technisch medewerkers de laatste maanden bij zichzelf te rade zijn gegaan in hoeverre zij zelf in overtreding zijn geweest. Het is immers zeer aannemelijk dat medewerkers bij een vertrek naar een andere werkgever in het bezit blijven van documenten die eigenlijk aan zijn voormalig werkgever toebehoren.

De vraag is dan in hoeverre hier actief gebruik van wordt gemaakt en in hoeverre de informatie wordt verspreid en aan de basis ligt van het verbeteren van de positie van dat team? In het geval van Renault was er in het afgelopen seizoen inderdaad weinig dat erop wees dat het team zich significant had verbeterd dankzij de informatie van Mackereth. Als regerend constructeurskampioen viel het team in plaats daarvan juist ver terug, tot de derde positie na de diskwalificatie van McLaren.

Echter dat laatste wil niet zeggen dat Renault niet zou hebben kunnen profiteren van de McLaren-informatie. Zelfs als de informatie niet een-op-een is overgenomen, kan de informatie het technische proces en de gekozen benaderingen wel degelijk hebben beïnvloed. Wat al deze zaken gemeen hebben is, dat er informatie in handen is gekomen van een ander team waarbij duidelijk kennis gemoeid is die het team op geen andere manier in haar bezit zou hebben kunnen krijgen. Kennis waarmee de competitie kan worden beïnvloed.

 

De FIA heeft het nagelaten om de spionagecyclus met een sterk signaal af te sluiten. Zo’n signaal zou nodig zijn om uitwassen zoals deze in de toekomst binnen de perken te houden. Helemaal uitsluiten van het lekken van informatie zal onmogelijk zijn. Dat is inherent aan de vrije arbeidsmarkt. Echter, het zal vooral moeten worden voorkomen dat een seizoen nog eens zo in de schaduw komt te staan van een affaire met de zwaarte als de spionagezaken die 2007 zo hebben getekend.

 

 

Renault mocht van geluk spreken na de FIA hoorzitting in Londen. Het team bleef ongestraft in de spionageaffaire. 

 

 

 

 

Het World Council achtte het onbewezen dat het team met de spionage het kampioenschap had beïnvloed.

 

 

 

 

McLaren-teambaas Ron Dennis had vooraf fel uitgehaald naar Renault.

 

 

 

 

Renault zal ervoor moeten zorgen dat ook de nieuwe R28 geen details van de McLaren bevat.

 

 

 

 

Toyota maakte in 2002 een soortgelijk schandaal mee, toen ex-Ferrari medewerkers werden verdacht van spionage.

 

 

 

 

De FIA lijkt de spionagezaken het liefst zo snel mogelijk van tafel te willen krijgen.